Wat als hoogbegaafdheid niet wijst op méér menselijk potentieel, maar op potentieel dat minder verloren is gegaan?
En wat als dat potentieel niet toevallig aanwezig is, maar van oorsprong een functie heeft?
Dan verandert ook de vraag die we aan hoog- en uitzonderlijk hoogbegaafden stellen.
Niet langer: waarom ben jij anders? Maar: wat is er bij jou zichtbaar gebleven dat bij anderen misschien minder toegankelijk is geworden?
En dan volgt een ongemakkelijker vraag. Wat zijn we eigenlijk aan het doen wanneer we kinderen leren zich aan te passen?
Niet alleen met degenen die vastlopen. Die zien we tenminste nog. Hun weerstand, uitval of frictie vertelt ons dat er iets niet past.
Misschien moeten we ons veel meer zorgen maken over degenen bij wie de aanpassing uitstekend lukt.
Het kind dat leert stilzitten. Het juiste antwoord leert geven. Leert wanneer een vraag wel en niet gesteld mag worden. Ontdekt welke delen van zichzelf worden beloond en welke vooral lastig zijn. En uiteindelijk uitstekend functioneert binnen het systeem.
Wij noemen dat meestal ontwikkeling.
Maar hoeveel ontwikkeling is het werkelijk wanneer een deel van het oorspronkelijke potentieel daarvoor ontoegankelijk moet worden?
Misschien zullen we bij juist deze kinderen nooit weten wat er oorspronkelijk aanwezig was. Niet omdat het er niet was, maar omdat er nooit meer naar gevraagd wordt.
Vanuit dat perspectief krijgen HB en UHB een heel andere betekenis. Niet als bewijs dat een kleine groep mensen méér heeft gekregen dan de rest.
Maar als mogelijke aanwijzing naar wat de mens oorspronkelijk in zich draagt en naar wat onze systemen daarvan niet weten te behouden.
Misschien ligt daar ook een andere evolutionaire verklaring. Niet dat HB en UHB iets extra’s hebben ontwikkeld, maar dat bij hen iets oorspronkelijk menselijks sterker toegankelijk is gebleven. Iets dat een functie heeft in de ontwikkeling van het geheel.
En daarmee heeft hoogbegaafdheid een evolutionaire functie.
Dan moeten we misschien niet steeds opnieuw proberen te verklaren waarom sommige mensen zoveel behouden.
Misschien moeten we verklaren waarom zoveel anderen zoveel kwijtraken.
Discussion about this post
No posts




Ik voel dìt diep door eigen ervaring. Altijd commentaar en labelen. Alsof dat wat moest beter was. Door m'n leeftijd, 63 heb ik veel op geslagen, uitspraken, zinnen die me het gevoel gaven er niet bij te horen. "Jij ook altijd" is er 1 van. Toen ik als 18 jarige plots in een opleiding kwam met individuen die allemaal anders waren, kon ik eindelijk ontspannen. Er werd zelfs verwacht mezelf te zijn, wat een geluk. Daar kwam echter een eind aan en weer het systeem. Toen ik daar weer uit was, kon m'n omgeving weer denigrerend reageren op mijn keuzen, alsof dat hun recht was. Een heel proces hoog en laag maar zonder hulp kunnen bewaren wie ik ben: een mens.