De afgelopen dagen schreef ik op LinkedIn over uitzonderlijke hoogbegaafdheid, naar aanleiding van een artikel van Dirk Anton van Mulligen in Hoogbegaafd & Zo. Er kwamen reacties, persoonlijke berichten en nieuwe connecties. Mijn schrijven werd doorgestuurd. Mensen herkenden zich.
Dat waardeer ik. Maar wat gebeurt er ná herkenning? Ontstaat er een volgende gedachte, verandert er iets in ons handelen, of hebben we vooral bevestigd wat we al van onszelf vonden?
Schrijven, lezen en reageren
Iemand schreef dat het mooi was dat ik “nog een artikel” had gevonden dat de moeite waard was. Vriendelijk bedoeld. Maar ik had nergens gezegd dat andere artikelen dat niet waren. Die betekenis was tijdens het lezen ontstaan.
Schrijven is één. Lezen is twee. Reageren is drie. Tussen die drie kan de oorspronkelijke bedoeling behoorlijk verschuiven. De lezer brengt verwachtingen, ervaringen en gevoeligheden mee. Zijn reactie laat daardoor ook zien wat hij zelf aan de tekst heeft toegevoegd.
Ik zoek geen bijval of bevestiging van wie ik ben. Ik vraag om een inhoudelijke reactie op wat er daadwerkelijk staat. Mijn redenering mag worden onderzocht, bevraagd en tegengesproken. Daarvoor schrijf ik haar op.
Mijn overtuiging over wie ik ben ligt elders. Die staat in zo’n debat niet op het spel. Ik kan mijn oordeel herzien zonder mezelf kwijt te raken.
Hoe mijn denken werkt
Wat ik opschrijf, schrijf ik met een bedoeling. Tegelijkertijd kijk ik mee, als een derde persoon. Ik volg mijn eigen redenering, zie welke woorden ik kies en kijk naar wat er gebeurt wanneer die woorden bij een ander terechtkomen.
Eerder schreef ik dat er bij mij geen sprake is van een rand. Het is een breed gebied, en pas ver daarachter ben ik mezelf volledig. Slechts een heel kleine kring krijgt daar werkelijk een inkijkje: mijn naasten, zoals Jorien en Wout.
Wat daar ligt, laat zich niet rechtstreeks aflezen uit een artikel, een functie of een loopbaan.
Lees dat niet als een klacht. Ik heb het mijn hele leven zelf moeten uitzoeken, en dat is goed gegaan. Een gezonde jeugd, een uitstekende loopbaan. Ik weet wie ik ben. De vraag is hoe ik daaraan verder vorm wil geven en wie ik daarin wil worden.
Het etiket hoogbegaafd of uitzonderlijk hoogbegaafd helpt mij bij die vraag inmiddels weinig verder. Ik kan mezelf in beschrijvingen herkennen, maar daarmee is nog niets gezegd over wat ik met dat inzicht doe.
Waar het stiller wordt
Schrijf ik persoonlijk, dan delen mensen hun verhaal. Verbind ik dezelfde manier van kijken aan verantwoordelijkheid, keuzes en organisaties, dan wordt het merkbaar stiller.
Stilte bewijst niets over een individuele lezer. Het verschil valt me wel op. Persoonlijke herkenning nodigt uit tot vertellen. Een vraag naar de consequenties van die herkenning vraagt iets anders: kijken naar het eigen handelen.
Rond jongeren die als uitzonderlijk hoogbegaafd worden aangeduid, zie ik veel mensen die willen helpen. Ouders, begeleiders, deskundigen. Maar de ruimte die zij bieden, blijft geregeld begrensd door hun eigen verklaringen.
Dat wordt zichtbaar zodra een jongere iets zegt wat niet in die verklaringen past. Wordt er dan verder geluisterd? Mag zijn waarneming ook de uitgangspunten van de begeleider ter discussie stellen? Of wordt wat hij zegt alsnog passend gemaakt?
Daar ligt voor mij de toets.
Wie afwijkend denken verwelkomt zolang het de eigen positie bevestigt, biedt beperkte ruimte. Eigen belangen kunnen daarin zwaar meewegen: geld, status, gelijk krijgen of het gevoel ertoe te doen. Ik hoef niet bij ieder individu de precieze drijfveer te kennen om te zien wanneer zijn handelen de uitgesproken openheid begrenst.
“Maar ik moet toch de hypotheek betalen?”
Natuurlijk heb je financiële verplichtingen. Maar dan speelt je eigen bestaanszekerheid dus ook mee. Wees daar eerlijk over wanneer je zegt vanuit het belang van de ander te handelen. Het wordt hypocriet wanneer dat eigen belang buiten beeld moet blijven.
Makkelijk gezegd? Ik heb zelf een keuze gemaakt die materieel onverstandig en risicovol is, en ik leef ernaar. Dat maakt mijn oordeel niet onfeilbaar. Het betekent wel dat ik de consequenties van mijn keuzes zelf draag. Als het misgaat, staan we met lege handen. Op de vanzelfsprekende opvang door die o zo eerlijke samenleving reken ik niet meer.
Wanneer iemand vanuit zijn eigen onaantastbare verklaringen een ander vertelt hoe die zichzelf mag zijn, denk ik: mondje dicht. Kijk eerst naar je eigen puinhoop. Luister. Laat de ander uitspreken en onderzoek wat je zelf aan zijn woorden toevoegt.
Wie ruimte wil voor afwijkend denken, krijgt vroeg of laat een oordeel dat slecht uitkomt. Wie gelijkwaardigheid belangrijk vindt, moet dat laten zien wanneer belangen botsen. Wie zichzelf een scherp waarnemingsvermogen toeschrijft, moet kunnen onderzoeken of hij ongelijk heeft.
Daar blijkt wat een overtuiging waard is.
De vraag die openblijft
Neem een jongere die vraagt: wat is de zin van het leven?
Vaak volgt een antwoord. Een uitleg over betekenis, verbinding, doelen of het vinden van een eigen weg. Soms krijgt de jongere vooral een reden om de vraag te laten rusten.
Ik weet dat de vraag zelf een toegang is. Wie werkelijk tot die vraag doordringt, staat bij een deur. Daar begint iets dat aandacht verdient.
Een vertrouwd antwoord kan die deur direct weer sluiten. De vraagsteller hoort het en weet: op deze manier kom ik niet verder. Wat hij probeert te onderzoeken, wordt teruggebracht tot iets wat de ander al kent. Het gesprek stokt, terwijl zijn vraag nog volledig openligt.
Van buitenaf kan het lijken alsof er een antwoord is gegeven. Voor degene die de vraag stelde, is vooral duidelijk geworden waar dit gesprek ophoudt.
Ik weet intussen dat ik iets met deze jongeren wil doen en hoe ik daaraan vorm wil geven. Hoe ik hen kan bereiken, weet ik nog niet.
Laat maar zien
Daarom interesseert mij wat er ná herkenning gebeurt.
Een nieuwe connectie kan het begin zijn van een werkelijk gesprek. Een reactie kan een redenering verder brengen. Maar daarvoor moet er ruimte blijven voor wat we nog niet begrijpen, ook wanneer het onze eigen verklaring verstoort.
Een etiket vertelt mij weinig over hoe iemand met anderen omgaat of wat hij tot stand brengt. Een loopbaan laat zien wat iemand heeft gedaan en kan. Daarmee ligt zijn volgende keuze nog niet vast.
Welke keuze wordt anders door een inzicht? Wie neemt welke verantwoordelijkheid? Wat ontstaat er dat zonder die bijdrage niet had bestaan?
Die maatstaf geldt ook voor mijn eigen woorden. Ik weet van waaruit ik spreek. Hoe ik daaraan verder vormgeef, moet zichtbaar worden in wat ik doe.
Laat maar zien wat je ermee doet.



