Het lastigste wat ondernemen mij heeft geleerd, was niet hoe je een bedrijf bouwt.
Het was ontdekken wat ik ermee in mijn eigen leven mogelijk wilde maken.
Ik wist hoe ik een bedrijf moest bouwen. Een mogelijkheid zien, mensen bij elkaar brengen, klanten vinden en verantwoordelijkheid nemen. Ik heb dat in verschillende sectoren gedaan, met mijn hoofd én met mijn handen.
Pas later ben ik werkelijk gaan onderzoeken of wat ik bouwde nog aansloot bij hoe ik wilde leven.
In mijn vorige artikel schreef ik over het blijven optimaliseren van het verleden. Dat gebeurt ook binnen onze eigen ondernemingen. We verbeteren wat er staat, terwijl de richting zelf nauwelijks ter discussie komt.
Je kunt ook heel bekwaam de verkeerde kant op bouwen
In mijn artikelen over U(HB) onderzoek ik wat er gebeurt wanneer zelfstandig denken, samenhang zien en intens waarnemen weinig ruimte krijgen. Maar dat vraagt ook om naar onszelf te kijken.
Veel kunnen zien, betekent nog niet dat je je eigen leven daarnaar inricht.
Je kunt uitstekend begrijpen hoe een onderneming werkt en jarenlang een bedrijf bouwen dat steeds minder bij je past. Je kunt problemen oplossen, nieuwe mogelijkheden ontdekken en verantwoordelijkheid blijven dragen, terwijl je eigen behoeften steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.
Juist als je veel aankunt, is er altijd iets wat je nog kunt oppakken.
Nog een klant. Een uitbreiding of een onderneming ernaast. Nog een ingewikkelde situatie waarvoor anderen bij jou terechtkomen. Allemaal leuk en spannend.
Je vermogen wordt dan vanzelf een verplichting.
Je ziet wat er nodig is en je weet hoe het moet. Je weet ook dat jij het kunt oplossen en dus pak je het op. Dat wordt een gewoonte. Voor anderen, die op je rekenen. En voor jezelf, omdat je beschikbaarheid zo vanzelfsprekend is geworden dat je nauwelijks nog stilstaat bij de keuze.
Omdat je iets kunt, ga je vinden dat je het ook moet doen. Zelf heb dit altijd verwart met verantwoordelijkheid...
Je agenda vult zich met zaken waarvoor je geschikt bent. Of je er ook je dagen aan wilt besteden, raakt op de achtergrond.
Daar ligt voor mij een wezenlijke vraag binnen U(HB): hoeveel ruimte krijgt het eigen denken wanneer je bekwaamheid voortdurend beschikbaar staat voor alles wat zich aandient?
Wat we inmiddels belangrijk vinden
Vroeger telde een titel zwaar. Dokter, professor of directeur: het gaf aanzien en bepaalde hoeveel gewicht je woorden kregen.
Ik heb dat zelf nooit zo gevoeld. Mijn vader, die zelf in die kringen verkeerde, heeft mij met de paplepel ingegoten dat een titel iemand niet belangrijker maakt dan een ander.
In de omgeving waarin ik opgroeide, zag ik vooral kinderen uit welgestelde gezinnen doorstuderen tot ingenieur of dokter. De mogelijkheden die je meekreeg, waren sterk verbonden met waar je vandaan kwam.
Zelf heb ik altijd moeite gehad met school. Ik vond het geen leuke tijd. Altijd gedoe met docenten. Pas veel later, toen iemand mij vroeg of ik hoogbegaafd was, begreep ik waarom het voor mij zo had geschuurd.
Ironisch genoeg heb ik later zelf vijftien jaar lesgegeven aan een hogeschool en coachingsprogramma’s verzorgd binnen de universiteit, naast mijn zelfstandig ondernemerschap.
Tegelijkertijd heb ik gezien hoe praktisch vakmanschap aan aanzien verloor. Wie goed kon leren, moest vooral verder leren. Werken met je handen werd behandeld als iets waaraan je kon ontsnappen.
Dat ik die rangorde nooit heb begrepen, blijkt ook uit mijn manier van leidinggeven.
Ik zocht het contact met de mensen in de uitvoering. Inhoudelijk, over het werk. Samen een ingewikkeld stroomschema lezen. Even een sleutel vasthouden wanneer de monteur een handje tekort kwam. Broodjes brengen wanneer een klus uitliep tot zondagochtend. Naast de heftruckchauffeur zitten nadat er iets mis was gegaan bij het oversteken van de weg tussen twee magazijnen.
Dat hoorde voor mij bij leidinggeven. Weten wat het werk vraagt, begrijpen waar mensen tegenaan lopen en aanwezig zijn wanneer het ertoe doet.
Diezelfde houding neem ik mee in NEXUS. Samen met een klant na een pijnlijke val een carbon voorvork demonteren om die op scheuren te controleren. Daarbij uitleggen wat we doen, zodat hij de demontage een volgende keer zelf kan uitvoeren. Een bakfiets op zondagochtend afleveren, zodat de kinderen maandagochtend weer naar school kunnen.
Voor mij begint de waarde van het werk bij wat het voor iemand betekent.
Ook daarin hoort eigen regie thuis. Een bakfiets op zondag afleveren omdat je iemand wilt helpen, kan precies passen bij hoe je wilt werken. Het wordt iets anders wanneer beschikbaarheid vanzelfsprekend wordt en je die keuze niet meer zelf maakt.
Als ik zie hoe lang mensen soms moeten wachten op een goede timmerman, loodgieter of fietsenmaker, zie ik daarin ook iets kantelen. De behoefte aan mensen die iets daadwerkelijk kunnen maken en oplossen, laat zich niet wegredeneren.
Toch beïnvloeden opvattingen over aanzien nog steeds onze zakelijke ambities. Ze bepalen mede welk werk we serieus nemen, wat we als vooruitgang beschouwen en welk bedrijf we denken te moeten bouwen. Voordat je het weet, bouw je verder aan een beeld van succes dat je nooit zelf hebt onderzocht.
Waarom ik deze omslag bij vijftigers herken
Ik zie om mij heen juist mensen van vijftig en ouder hun onderneming opnieuw bekijken vanuit het leven dat zij willen leiden.
Dat is begrijpelijk. Maar het is ook een dure les, weet ik uit eigen ervaring.
We maken vaak al tientallen jaren zakelijke keuzes voordat onze eigen behoeften daarin werkelijk leidend mogen worden.
Na jaren werken weet je beter wat omzet van je vraagt. Wat personeel betekent. Hoe een volle agenda voelt. Wat er thuis overblijft wanneer je aandacht altijd ergens anders nodig is. Je hebt ervaren dat een bedrijf kan groeien terwijl je eigen bewegingsruimte kleiner wordt.
En dan krijgen goede relaties, rust, onafhankelijkheid en plezier in het dagelijkse werk een andere betekenis. Je wilt ze terugzien in hoe je dagen daadwerkelijk verlopen.
Waarom zouden we wachten tot ons vijftigste om daarmee te beginnen?
Ook als je aan het begin staat, horen je eigen behoeften bij de keuzes die je maakt. Ze mogen zich ontwikkelen. Je onderneming moet voldoende ruimte laten om daarin mee te bewegen.
Bouw je behoeften in
Wat je werkelijk nodig hebt om goed te leven, hoort thuis in het ontwerp van je bedrijf.
Wil je rust, dan moet je verdienmodel ruimte bieden voor financiële reserves en een werktempo dat je kunt volhouden. Dat vraagt om prijzen en marges waarbij niet ieder beschikbaar uur verkocht hoeft te worden.
Wil je onafhankelijkheid, dan moet je zorgvuldig kijken naar de verplichtingen die je aangaat. Naar je afhankelijkheid van financiers, grote klanten en je eigen permanente aanwezigheid.
Wil je tijd voor de mensen van wie je houdt, dan heeft dat gevolgen voor je bereikbaarheid, je openingstijden en de hoeveelheid werk die je aanneemt.
En wil je vooral zelf goed werk leveren, dan moet je bepalen hoeveel organisatie je daarvoor nodig hebt. Iedere uitbreiding brengt ook werk mee dat je misschien helemaal niet wilt doen.
Dat zijn concrete ontwerpkeuzes. Ze bepalen welke klanten bij je passen, hoe je je aanbod vormgeeft, welke kosten je kunt dragen en wanneer je besluit dat iets voldoende is.
Een bedrijf moet klanten hebben, gezonde marges maken en zijn rekeningen betalen. Ook je eigen inkomen hoort daarbij. Juist daarom moet je weten wat je nodig hebt en welke vorm van ondernemen dat mogelijk maakt.
Miljoenen nastreven is een keuze. Een goed inkomen verdienen met werk waar je achter staat, terwijl je tijd en aandacht overhoudt om te leven, is dat ook.
Die verschillende uitgangspunten leveren verschillende bedrijven op.
Mijn eigen les
De moeilijkste spirituele les in mijn leven kreeg ik tijdens het ondernemen.
Daar werden mijn overtuigingen dagelijks getoetst. In afspraken, geld, verantwoordelijkheid, mijn verhouding tot leidinggevende en bestuurders en de gevolgen van mijn eigen keuzes. Ik moest onder ogen zien hoeveel ik bleef dragen omdat ik het kon, ook wanneer ik allang voelde dat mijn richting veranderde.
Mijn eigen denken weer leidend maken betekende dat ik daar ook naar moest handelen.
Dat krijgt nu vorm in mijn schrijven, mijn gesprekken en NEXUS Werkstatt. Daar breng ik praktisch werk en ontmoeting bij elkaar. Ook daar moet ik blijven toetsen of wat we bouwen aansluit bij het leven dat we ermee mogelijk willen maken.
In mijn gesprekken met mensen en ondernemers komen die persoonlijke en zakelijke vragen samen. Een inzicht krijgt betekenis in de beslissing die erop volgt, met alle praktische gevolgen die daarbij horen.
Voor mij hoort U(HB) midden in die dagelijkse werkelijkheid. In de manier waarop je werkt, keuzes maakt en met mensen omgaat. Ook in de bereidheid om je eigen leven serieus te nemen bij alles wat je voor anderen mogelijk maakt.
Ik ben nog steeds ambitieus. Ik ben mij alleen veel bewuster geworden van waar die ambitie voor dient.
En soms begint dat heel eenvoudig.
Zonder goede koffie beginnen we immers niets met elkaar.
Dus ik zou maar een beetje lief zijn tegen degene die ’s ochtends de geur van verse koffie verspreidt.



