De mogelijkheden zie ik nog steeds. Daar ligt het niet aan.
Ik zie verbanden, bedenk nieuwe richtingen en heb soms de volgende tien stappen al uitgedacht voordat ik aan de eerste ben begonnen. Mijn hoofd doet het uitstekend.
Alleen krijg ik mezelf niet meer vanzelfsprekend in beweging.
Dat vind ik moeilijk te begrijpen. Beweging creëren was jarenlang mijn kracht. Ondernemingen opbouwen, beslissingen nemen, iets laten werken. Als een route vastliep, vond ik een andere. Meestal wist ik wel hoe ik verder moest en anders wel de volgende morgen.
Tot dat niet meer zo was.
Een reactie van een lezer onder mijn vorige artikel werd de aanleiding om daar iets persoonlijkers over te schrijven. Want ik begrijp dat mijn leven er van buitenaf anders uit kan zien dan het van binnen voelt.
Wonen en een onderneming in Noorwegen. NEXUS Werkstatt in Berlijn. Twee boeken, artikelen en nieuwe ideeën. Het kan de indruk wekken dat het mij allemaal voor de wind gaat.
Maar een LinkedIn-profiel laat doorgaans niet zien wat onderweg is gesneuveld.
Ook ik ken de persoonlijke prijs van keuzes die voortkomen uit mijn overtuigingen. En ook ik heb veel momenten waarop ik denk: had ik niet gewoon iets minder ingewikkeld kunnen zijn? Dat zou ongetwijfeld een aantal dingen eenvoudiger hebben gemaakt.
Of ik daar gelukkiger van was geworden, is een andere vraag.
Als je vertrouwde antwoord niet meer werkt
Tijdens de coronaperiode ben ik veel verloren. Ondernemingen die ik had opgebouwd, geld, een manier van werken die mij jarenlang succesvol had gemaakt en het vanzelfsprekende vertrouwen in mijn eigen voortvarendheid.
Wat daarvoor werkte, paste niet meer.
Waarom precies, kan ik nog altijd niet volledig verklaren. Tegelijkertijd herken ik het gevoel al van jongs af aan: alsof de conventionele weg nooit werkelijk mijn weg is geweest. Ik had alleen genoeg manieren gevonden om er toch op vooruit te komen. Daar dacht ik eerlijk gezegd nooit over na.
Als iets niet werkte, ging ik aan de slag. Verbanden leggen, mogelijkheden onderzoeken, een besluit nemen. Dan ontstond er meestal wel weer beweging.
Die aanpak leverde niet alleen resultaten op. Hij bepaalde ook hoe ik naar mezelf keek. Ik was iemand die iets kon opbouwen. Iemand die verantwoordelijkheid nam en een oplossing vond wanneer het moeilijk werd. Ik was iemand waar andere op vertrouwde.
Toen dat niet meer vanzelf ging, verloor ik dus meer dan ondernemingen en inkomen. Ik kon ook niet langer blind vertrouwen op mijn gebruikelijke antwoord op tegenslag: nog eens goed nadenken en vervolgens iets dóén.
Ik moest mezelf opnieuw uitvinden.
Een fraaie uitdrukking. Er zou eigenlijk bij moeten staan hoeveel tijd het kost en wie ondertussen de rekening betaalt.
Going with welke flow?
Ik begon te merken dat harder duwen niet hielp. Niet bij nieuwe ontwikkelingen en al helemaal niet bij mezelf.
Ik moest leren om iets te laten ontstaan zonder er onmiddellijk een planning, richting en resultaat aan te hangen.
Going with the flow.
Welke flow? Hoezo flow?
Ik hoorde vooral de klok.
Tik, tik, tik.
Er ging tijd voorbij en naar mijn gevoel gebeurde er veel te weinig. Ik zag wat er mogelijk was, maar het duurde allemaal tergend lang voordat iets vorm kreeg. En zodra er iets begon te bewegen, wilde ik natuurlijk alweer weten hoe we het sneller konden laten gaan.
Geduld is kennelijk niet hetzelfde als begrijpen dat geduld verstandig zou zijn.
Ondertussen ging het leven gewoon door. Mijn zoon kende zijn eigen moeilijkheden en zocht op zijn manier, vaak uitgesprokener dan ikzelf, naar een weg vooruit. Jorien maakte dezelfde veranderingen mee en verwerkte die op haar eigen wijze.
En ik bleef de verantwoordelijkheid voelen om iets tot stand te brengen, juist terwijl ik steeds minder wist hoe.
Vertragen is een prachtig advies. Het landt alleen anders wanneer er ook mensen op je rekenen.
Mijn hoofd is al verder
Als U(HB)’er ervaar ik voortdurend samenhang, mogelijkheden en beweging. Mijn denken staat zelden stil. Nooit als ik eerlijk ben.
Zo werkt het bij mij. Ik pretendeer daarmee niet te verklaren hoe iedere U(HB)’er functioneert. Maar het helpt me wel begrijpen waarom deze periode zoveel interne frictie oproept.
In mijn hoofd is er vaak al een route. Ik zie hoe onderdelen met elkaar verbonden kunnen worden, wat een volgende stap zou kunnen zijn en waar nieuwe mogelijkheden liggen.
Maar mijn energie volgt niet automatisch (meer).
Soms voelt het alsof ik voor een deur sta waarvan ik precies begrijp hoe het slot werkt, terwijl ik hem toch niet open krijg. Nog eens naar het mechanisme kijken levert dan vooral een nog grondiger analyse van een gesloten deur op.
Daar ben ik inmiddels behoorlijk bedreven in. Jammer dat dat geen diploma oplevert, anders was ik zeker te weten cum laude geslaagd.
Ik ervaar een blokkade die ik niet goed kan verklaren. Alsof ik iets in mezelf nog uit de weg ga, zonder dat ik precies kan aanwijzen wat. Mijn oude voortvarendheid is niet meer op afroep beschikbaar.
Dat maakt me onzeker. Maar het dwingt me ook om een ongemakkelijke mogelijkheid serieus te nemen: misschien moet ik niet proberen om mijn oude manier van functioneren terug te krijgen.
Misschien is juist dat een deel van wat ik moet loslaten.
De trein mag voorbij gaan
Ik heb mijn ontwikkeling nooit als een rechte lijn ervaren.
Thema’s komen terug, maar telkens vanuit een ander perspectief. Met andere inzichten en, helaas, soms ook met de vaststelling dat ik iets kennelijk nog niet helemaal had begrepen.
Het lijkt meer op een opwaartse spiraal dan op een spoor van A naar B.
Toch bleef ik lang denken in termen van richting, snelheid en bestemming. Er moest ergens een spoor zijn waarop ik verder kon. En als ik dat eenmaal gevonden had, kon het tempo weer omhoog.
Nu voelt mijn weg eerder als een stroom.
De stroom beweegt ook, maar het houdt zich weinig bezig met mijn planning. Het versnelt, vertraagt, zoekt een doorgang en neemt soms een richting die ik vooraf niet kan overzien.
Die overgang raakt aan mijn identiteit. Ik was gewend degene te zijn die de richting bepaalde. Nu moet ik leren verdragen dat ik de uitkomst nog niet ken. Dat kon ik eerder trouwens ook wel, maar nu is dat toch anders.
Soms voelt dat als het einde van een vertrouwde versie van mezelf.
Ik hoef niet meer achter iedere trein aan. Ik hoef misschien zelfs niet meer op het station te blijven staan.
Alleen: terwijl ik dat opschrijf, kijkt een deel van mij nog steeds even op het vertrekbord. Je weet tenslotte maar nooit.
Het systeem zit ook in mij
In mijn artikelen stel ik vragen over maatschappelijke conditionering. Over verwachtingen, aanpassing en ideeën over wat een succesvol leven zou moeten zijn.
Maar ik kan moeilijk blijven wijzen naar systemen buiten mezelf zonder te erkennen hoeveel ervan ik heb meegenomen.
De behoefte om nuttig te zijn. Resultaat te laten zien. Verantwoordelijkheid te nemen voordat iemand erom vraagt. Het gevoel dat een dag beter besteed is wanneer ik kan aanwijzen wat hij heeft opgeleverd.
Dat zijn niet alleen eisen van de buitenwereld. Ik kan ze uitstekend zelf organiseren.
Daarom gaat deze fase ook over het afbreken van interne structuren die mij jarenlang hebben geholpen, maar die me inmiddels in de weg zitten.
Ik verlang naar een kalmere energie. Meer ontvankelijkheid, minder forceren. Wat ik zelf mijn meer vrouwelijke energie noem, lijkt soms al te voelen welke kant ik op wil.
Mijn oude structuur wil eerst het businessplan zien.
Ze zijn nog in overleg en ik hoop dat ze er snel uitkomen…
Om mijn magic terug te vinden, moet ik kennelijk vertragen. Ruimte maken waarin denken, intuïtie, creativiteit en handelen weer bij elkaar kunnen komen, zonder dat ik mezelf voortdurend vooruit hoef te slepen.
Ik begrijp de gedachte. Nu nog leren hoe je ernaar leeft op een gewone woensdagmiddag of zaterdagochtend.
Aan de rand, maar niet eroverheen
Want ondertussen heb ik ook een bestaan te organiseren.
Mijn overtuigingen veranderen niets aan de noodzaak om geld te verdienen. Ik kan vraagtekens zetten bij de manier waarop werk is ingericht, maar daarmee verdwijnen mijn verplichtingen niet.
Ik zoek daarom niet naar een romantisch leven buiten het systeem. Daar zou ik vermoedelijk vrij snel ontdekken dat ook onafhankelijkheid een administratie heeft.
Ik zoek de randen op. Plekken waar ik anders kan denken en werken, zonder de grond onder mijn voeten kwijt te raken.
Dat vraagt om afwegingen waarvoor ik geen eenvoudige formule heb.
Wanneer pas ik me aan omdat dat verstandig is? Wanneer sluit ik een compromis waarmee ik goed kan leven? En wanneer probeer ik mezelf opnieuw te overtuigen van iets waarvan ik eigenlijk al weet dat het niet meer past?
Ik kan binnen bestaande structuren nog steeds waarde leveren. Mijn ervaring is niet verdwenen. Ik weet wat er van een bestuurder, adviseur of ondernemer wordt verwacht.
Daarom blijft die gedachte terugkomen: waarom neem ik niet gewoon weer een herkenbare rol aan?
Soms kan dat een goede keuze zijn. Maar ik wil niet opnieuw iets opbouwen waarin mijn vaardigheden uitstekend functioneren terwijl ikzelf langzaam uit beeld raak.
Dat ik iets kan, betekent niet dat het nog mijn weg is.
Ik zou willen dat dat inzicht ook meteen financiële duidelijkheid gaf, want de bodem is (in)zicht. Tot nu toe houdt het zich vooral bezig met de ingewikkelde kant van de zaak.
En toen ontstond NEXUS
Ergens midden in die zoektocht ontstond NEXUS Werkstatt.
Samen met mijn zoon iets opbouwen. Met onze handen werken, mensen ontmoeten en goed werk leveren. Een onderneming die haar bestaansrecht verdient met vakmanschap, terwijl we ruimte proberen te houden voor onze eigen keuzes.
Dat NEXUS zelfstandig is opgericht, past bij die zoektocht. Het initiatief heeft een eigen vorm nodig, waarin het kan groeien en zich ontwikkelen zonder het antwoord te hoeven zijn op alles wat in mijn leven nog niet is opgelost.
Want dat is nogal een opdracht voor een fietsenwerkplaats.
En nog meer voor mijn zoon.
NEXUS hoeft mijn oude leven niet te herstellen. Het hoeft ook niet het bewijs te leveren dat al mijn ideeën over een andere manier van werken kloppen. Er mag een onderneming ontstaan die gaandeweg laat zien wat zij kan worden.
Daar hoort iets heel concreets bij: klanten die goed geholpen worden, fietsen die op tijd klaar zijn en werk waarvan de kwaliteit klopt.
Een vastgeroeste bout trekt zich weinig aan van mijn persoonlijke transformatie. Daar moet gewoon gereedschap bij.
Leren van wat er werkelijk gebeurt
NEXUS begon met een breder idee. Door de deuren te openen, ontdekten we ook wat mensen daadwerkelijk kwamen zoeken.
De werkplaats bleek op zichzelf een markt te hebben. Dat verdient aandacht. Niet alleen omdat er inkomen nodig is, maar ook omdat er kennelijk iets ontstaat waar mensen waarde aan hechten.
Ik kan moeilijk schrijven over openstaan voor andere perspectieven en vervolgens alleen luisteren wanneer de werkelijkheid mijn oorspronkelijke plan bevestigt.
Dus stellen we bij.
Wout draagt intussen de dagelijkse bedrijfsvoering. Ik blijf betrokken bij de richting en ontwikkeling van NEXUS, terwijl ik ruimte maak voor mijn eigen schrijven en advieswerk.
Dat vraagt ook iets van mij. Betrokken blijven zonder overal zelf tussen te gaan zitten. Niet iedere mogelijkheid die ik zie onmiddellijk tot een gezamenlijke prioriteit verklaren.
En verdragen dat iets zich anders ontwikkelt dan ik had bedacht.
Ik wil dat NEXUS een eigen leven krijgt. Daar moet ik het dan ook de ruimte voor geven.
Mijn denken moet ook werk worden
Voor mezelf zoek ik ondertussen naar een vorm waarin mijn denken niet langer iets is wat ik naast mijn werk doe, maar mijn werk kan zijn.
Schrijven. Vragen onderzoeken. Met mensen nadenken wanneer de gebruikelijke verklaringen niet meer voldoen. Mijn ervaring gebruiken zonder automatisch terug te stappen in mijn oude rol.
Dat verlangen is oprecht. Maar het is daarmee nog geen inkomen.
Ik zal duidelijk moeten maken wat ik bijdraag en voor wie dat waarde heeft. Ik kan niet verwachten dat anderen vanzelf begrijpen waarom ze mij zouden moeten inschakelen.
Daar ligt mijn verantwoordelijkheid.
Tegelijk wil ik niet iedere mogelijkheid aannemen omdat ik weet dat ik haar aankan. Een financieel verstandige opdracht kan op een ander vlak een hoge prijs hebben.
En andersom kan een keuze die helemaal bij mijn overtuigingen past financieel verkeerd uitpakken.
Daar leef ik tussenin. Ik probeer mijn richting serieus te nemen en toch beweeglijk te blijven over de route.
Er zijn dagen waarop dat lukt. En dagen waarop ik vooral begrijp waarom mensen liever een duidelijke functieomschrijving hebben.
Nog niet af
De persoonlijke transformatie is niet voltooid omdat NEXUS bestaat.
Het zoeken naar een kalmere energie blijft mijn grootste uitdaging. Ik leer dat niet iedere beweging zichtbaar hoeft te zijn. Maar ik probeer ook eerlijk te blijven: soms is er iets aan het rijpen en soms stel ik gewoon iets uit waar ik tegenop zie.
Het verschil is niet altijd gemakkelijk te herkennen.
Deze woorden blijven ondertussen bij me:
The gentle deer moves through this period with patience.
Even in stillness, change is happening.
I know something will rise.
Ze verwoorden iets wat ik moeilijk in een planning krijg, maar wel herken. Het gevoel dat er ontwikkeling plaatsvindt, ook wanneer ik haar nog niet kan aanwijzen of de uitkomst niet kan overzien.
Dat gevoel geeft me richting. Geen garantie.
Ik schrijf dit niet als een stappenplan. Ook niet om te zeggen dat iedereen maar moet loslaten wat niet meer past. Onze omstandigheden verschillen, net als onze verantwoordelijkheden en de ruimte die we hebben.
Ik wil iets laten zien van de werkelijkheid achter mijn artikelen. Achter de onderneming, de boeken en de ideeën.
De wereld is ook van mij. Maar de ruimte om er op mijn manier aan bij te dragen, ontstaat niet vanzelf. Daar moet ik iedere dag hard voor vechten.
Daar probeer ik vorm aan te geven. Met NEXUS, met mijn schrijven en met werk waarin mijn denken en mijn leven elkaar niet langer in de weg zitten.
Ik weet nog niet precies waar die stroom me brengt.
Wel dat ik niet opnieuw op de oude trein wil stappen omdat ik het ongemak van het wachten niet verdraag.
En mocht je me toch met een kaartje op het perron aantreffen: spreek me gerust even aan.
Niet te streng graag.
Ik ben nog aan het leren. ;-)




Je hebt mijn proces vertaald met een samenhangend verhaal. Zeker het eerste gedeelte voor NEXUS herken ik 1 op 1. Jij bent denk ik verder dan ik. Ik ben nog bij halte ‘positie’ ontwikkelen en daarna of parallel op zoek naar ‘vorm’. Bij de woorden ontwikkelen en zoeken kan je ook tegenaan lopen, overkomen oid lezen.
Blijf schrijven, delen.