De reacties onder mijn vorige LinkedIn post vond ik eerlijk gezegd heel interessant, ook als onderzoeker.
Ik had een persoonlijk verhaal geschreven over een beslissing die ik moest nemen. Ik zag de zakelijke risico’s, maar ik zag ook wat die keuze privé betekende. Op dat moment liet ik het ondernemersrisico gewoon zwaarder wegen.
Jorien keek naar precies dezelfde situatie, maar dan vanuit de ouder-kind relatie in plaats van vanuit het ondernemersvraagstuk. Ze vertelde me niks nieuws, eigenlijk. Ze verschoof gewoon de weging — misschien maar één procent. Maar dat ene procentje was genoeg om mijn beslissing om te gooien.
En toen kwamen de reacties.
De één herkende vooral die frustratie: dingen eerder zien dan anderen, en later toch gelijk krijgen. Een ander las er iets in over hoofd en lichaam en stelde een familieopstelling voor. Weer iemand anders zag er een behoefte aan erkenning in. En iemand las dat ik blijkbaar gewend ben om “haantje-de-voorste” te zijn en waarschijnlijk best veel van mezelf verwacht.
Dat laatste moest ik twee keer lezen. Niet omdat ik het erg vond, maar omdat het gewoon nergens in mijn tekst stond.
En juist dát vind ik zo interessant. Dezelfde informatie, en binnen een paar seconden lopen de interpretaties compleet uiteen. Wat gebeurt daar dan?
Die vraag houdt me al een tijd bezig. Ik noem dat voor mezelf de split second: eerst is er een soort intuïtieve waarneming, een weten waar nog geen redenering aan te pas komt. En bijna meteen daarna springt het denken erbovenop — het herkent, vergelijkt, ordent, verklaart, haalt er kennis en herinneringen en oude overtuigingen bij. En voor je het doorhebt is wat er eigenlijk binnenkwam alweer overschreven door wat het denken ervan gemaakt heeft.
Dat mechanisme ken ik ook heel goed van mezelf. En daardoor ben ik anders naar hoogbegaafdheid gaan kijken.
Ik val er zelf onder. Ik heb er veel over gelezen, veel over uitgezocht, en ik herken ook veel van wat er beschreven wordt. Maar het verklaart voor mij niet waaróm mijn informatieverwerking is zoals die is. Dat iemand snel verbanden legt, veel informatie verwerkt, patronen vroeg ziet of meerdere abstractieniveaus tegelijk kan vasthouden — dat is een beschrijving. Het zegt nog niks over waar dat vandaan komt.
En daar begint voor mij het echt interessante onderzoek.
Mijn vertrekpunt is inmiddels het model van Thomas Campbell. Daarin is bewustzijn fundamenteel: we hébben niet alleen bewustzijn, we zíjn bewustzijn. Het grotere bewustzijnssysteem is een evoluerend informatiesysteem, en onze fysieke werkelijkheid is daarbinnen eigenlijk een informatiegedreven werkelijkheid. Na jaren van lezen, onderzoeken en vooral zelf waarnemen sluit dat model opvallend goed aan bij wat ik probeer te begrijpen.
En daar komt bij mij ook astrologie om de hoek kijken. Niet als oorzaak, en ook niet als horoscoop die vertelt wie iemand is. Ik zie het meer als een informatiesysteem — een manier waarop je toegang krijgt tot informatie uit een veel groter geheel. Mijn eigen birthchart is daar soms verbluffend precies in, niet zozeer in eigenschappen, maar juist in de thema’s en vragen die steeds terugkomen in mijn leven.
Voor mij zijn Campbell en astrologie dus geen twee losse dingen. Ze raken allebei diezelfde, veel fundamentelere vraag: wat is informatie eigenlijk, waar komt die vandaan, en waarom lijkt het ene bewustzijn er anders bij te kunnen en het anders te verwerken dan het andere?
En dan wordt hoogbegaafdheid voor mij ineens iets anders. Niet de verklaring, maar juist het verschijnsel dát verklaard moet worden. Want zeggen dat iemand informatie anders verwerkt “omdat hij hoogbegaafd is” — daar kom ik niet verder mee, als die andere informatieverwerking nou juist de reden is waarom we hem hoogbegaafd noemen.
Ik wil een laag dieper. Waarom zijn die verschillen er? Waarom lijkt bij sommige mensen informatie al als samenhang binnen te komen, nog voordat het denken de tussenstappen heeft gezet? Waarom zien sommige mensen dingen jaren van tevoren aankomen, slagen ze er nauwelijks in om anderen mee te krijgen, en zien ze vervolgens gebeuren wat ze allang zagen aankomen? En wat doet dat met iemand, als dat zich jarenlang blijft herhalen?
Dan kan er op een gegeven moment iets ontstaan als: laat maar, ze begrijpen het toch niet. Of harder: het zijn allemaal idioten.
Dat kan arrogant klinken. Maar ik herken er ook iets anders in: machteloosheid. Niet kunnen bereiken, met al je kennis en inzicht, wat je zelf ziet als mogelijk of nodig.
En juist die mensen interesseren mij. Niet omdat ze beter zijn — juist niet. Want als een bijzonder vermogen om informatie te verwerken uiteindelijk alleen nog gebruikt wordt om vast te stellen dat anderen het niet snappen, brengt dat niemand verder. Ook diegene zelf niet.
En dan kom ik uiteindelijk bij vragen die nog veel groter zijn. Als bewustzijn fundamenteel is en werkelijkheid informatie is — waar komt dat informatiesysteem dan vandaan? Is het ooit ontstaan? Heeft het altijd bestaan? Wie of wat heeft het gebouwd? En als wij bewustzijn zíjn, wat betekent individualiteit dan nog, binnen zo’n groter systeem?
Daar ben ik nog lang niet klaar mee. Maar het verklaart wel waarom ik niet tevreden ben met “hoogbegaafdheid” als eindpunt.
De reacties onder één simpele, persoonlijke post zijn voor mij dus geen irritatie, maar onderzoeksmateriaal. Dezelfde informatie, verschillende mensen, verschillende interpretaties. En ergens daartussen, in een fractie van een seconde, gebeurt er iets.
Daar wil ik bij zijn.
Want misschien ligt daar een stukje van de verklaring voor iets waar we tot nu toe vooral een naam aan hebben gegeven: hoogbegaafdheid.



