Wanneer je denkt dat je er bent, blijkt ineens dat je de kwetsbaarheid van het leven opnieuw moet definiëren. En dat we onszelf vooral niet zo serieus moeten nemen. We zijn immers de enige soort die weet dat we doodgaan. Althans, dat denken we. Inmiddels weet ik beter.
Ik zie overal chaos. In de samenleving, in de manier waarop we met elkaar omgaan en in alles wat we zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden. Ik begrijp de menselijke conditie en voel haar pijn. Tegelijkertijd merk ik hoe moeilijk het is om met de onderstroom van onze taal duidelijk te maken wat ik werkelijk bedoel. Woorden krijgen al een betekenis voordat je hebt kunnen vertellen wat je ervaart.
Mijn zoon Wout, inmiddels bijna 32, zei onlangs tegen me: ‘Ga waar je het nog niet kent.’
Die woorden zijn blijven hangen. Want er is nog iets wat ik moet aangaan, iets waarvan ik de omvang nog niet ken. Niet omdat ik op zoek ben naar een nieuwe uitdaging of omdat ik nog iets wil bereiken. Ik heb geen keuze, want dit is wat het leven mij brengt.
Het merkwaardige is dat ik na al die jaren, met alles wat ik heb meegemaakt, opgebouwd en achter me heb gelaten, juist nu ontdek hoe weinig mijn eerdere ervaringen me kunnen vertellen over wat zich aandient. Ik dacht dat ik het leven inmiddels behoorlijk begreep. Maar het begrijpen van de menselijke conditie is iets anders dan het ervaren van wat daar voorbij ligt.
Ik ervaar niet langer alleen de beperkingen van het menselijke bestaan, maar ook het begin van een hoger bewustzijn. Iets wat ik wil verankeren als coherent consciousness, wat voor mij niets anders betekent dan alignment with Source.
Je denkt dat je op je 62e het leven inmiddels wel kent.
Nou nee. Dit is pas het begin.



