De Observer
Over Berlijn, ouder worden, stilte en het langzaam terugvinden van wat er werkelijk toe doet.
Vandaag ben ik in de Britzer Garten. Na een benauwende rit van een half uur met de U-Bahn en nog een kwartier lopen ben ik er. Hoe dichter ik bij het park kom, hoe meer de spanning van de stad van me afglijdt. Berlijn blijft achter. Het geluid. De drukte. De onrust.
In het park hangt een rust die ik bijna vergeten was. Alsof de energie hier anders is. Zachter. Beter te verdragen. Misschien zit het tussen mijn oren. Misschien ook niet. Voor mij voelt het echt.
Ik zoek een bankje op. Sla mijn boek open. Voor het eerst sinds lange tijd knip ik weer een Dominicaanse sigaar. Rustig. Zonder haast. Zoals het vroeger hoorde. En dan gebeurt er iets. De observer komt terug. Dat deel van mezelf dat niet voortdurend bezig is met analyseren, plannen, oplossen of vooruitdenken. Gewoon kijken. Gewoon zijn.
Even verderop spelen kinderen. Zoals kinderen horen te spelen. Hun gelach brengt me in één keer terug naar mijn eigen jeugd. De Drunense Duinen. Uren buiten. Geen telefoon. Geen besef van tijd. Thuiskomen met zand in mijn schoenen. Een glas chocolademelk. Een kadetje met hagelslag en echte roomboter, met liefde klaargemaakt. Meer had ik niet nodig.
Ik glimlach. Word ik oud? Of zie ik eindelijk wat er altijd al was? Misschien is ouder worden helemaal niet het verliezen van iets. Misschien is het juist het terugvinden. Het besef dat we niet voortdurend hoeven te presteren. Dat we niet alles hoeven te begrijpen. Dat observeren misschien wel net zo belangrijk is als handelen. Gewoon zien wat er werkelijk toe doet.
Ik heb mijn hele leven gezocht naar betekenis. Naar patronen. Naar de zin van het leven. Lange tijd dacht ik dat daar iets mis mee was. Alsof ik gewoon wat lichter had moeten leven. Vandaag denk ik daar anders over. Dit is wie ik ben. Dit is mijn manier van in de wereld staan. Niet beter. Niet slechter. Alleen anders. En misschien hoef ik daar eindelijk geen verklaring meer voor te zoeken.
Ik merk ook hoezeer ik Jorien mis. Veertig jaar delen we inmiddels ons leven. En nu zit ik alleen op een bankje in Berlijn. Ik mis ook Rhea. Het is bijzonder hoe afstand werkt. Niet alleen omdat je iemand mist. Maar omdat je ineens ziet hoe vanzelfsprekend hun aanwezigheid altijd is geweest.
Ik begin Jorien steeds beter te begrijpen. Waar ik voortdurend op zoek ben naar betekenis, lijkt vrijheid voor haar veel belangrijker. Vroeger dacht ik dat we daardoor verschillend waren. Nu zie ik dat juist daarin onze kracht zit. Liefde is niet hetzelfde zijn. Liefde is ruimte maken voor de manier waarop de ander de wereld beleeft. Ook dat leer ik opnieuw.
De Gremlins zijn er nog steeds. Die stemmen ken ik inmiddels. Ze fluisteren dat ik harder moet werken. Dat het sneller moet. Dat ik achterloop. Dat het misschien allemaal nergens toe leidt. Ze verdwijnen niet. Maar ze worden zachter. En de observer verschijnt steeds vaker eerder dan de Gremlins. Dat voelt als winst.
Misschien is dat wel wat ouder worden werkelijk betekent. Niet dat je alle antwoorden vindt. Maar dat je steeds beter leert onderscheiden naar welke stem je wel, en naar welke je niet meer hoeft te luisteren.
Vandaag, op een bankje in de Britzer Garten, voelde dat als genoeg.



