Wat als we de menselijke werkelijkheid zo grondig hebben leren begrijpen, dat we vergeten zijn de vraag te stellen of het wel dé werkelijkheid is?
Die vraag klinkt misschien abstract. Maar hij raakt aan iets wat ons allemaal dagelijks betreft: hoe we kijken, oordelen, kiezen en leven.
In mijn eerdere artikelen stelde ik al een vraag die me al lang bezighoudt:
Wat als hoogbegaafdheid niet betekent dat iemand méér potentieel heeft, maar dat er onderweg minder potentieel verloren is gegaan?
Niet omdat hoogbegaafden beter zouden zijn dan anderen. Helemaal niet, dat is niet waar het om gaat. Maar wel omdat we mogelijk al heel lang naar menselijke ontwikkeling kijken vanuit een uitgangspunt dat zelf de moeite van het onderzoeken waard is.
In dit artikel wil ik die gedachte een stap verder brengen. Daarvoor moeten we niet alleen opnieuw kijken naar intelligentie en evolutie. We moeten ook iets onder de loep nemen wat we meestal als vanzelfsprekend beschouwen: de werkelijkheid zelf.
We hebben een wereld gebouwd en zijn erin gaan geloven
De mens heeft in de loop van zijn geschiedenis indrukwekkende systemen ontwikkeld. Onderwijs, economie, politiek, organisaties en normen. We hebben regels gemaakt over wat succesvol, verstandig en normaal is.
Die systemen hebben ons veel gebracht. Ze maken een samenleving mogelijk. Ze geven structuur, samenhang en richting. Maar ergens onderweg zijn we ze gaan behandelen alsof het natuurwetten zijn.
We worden geboren in een wereld die anderen al voor ons hebben ingericht. Vervolgens besteden we een groot deel van ons leven aan het leren functioneren binnen die wereld.
We noemen dat ontwikkeling. Maar wat ontwikkelen we eigenlijk? Onze oorspronkelijke mogelijkheden? Of vooral ons vermogen om te voldoen aan verwachtingen die we zelf hebben gecreëerd?
Dat is een belangrijk onderscheid. Aanpassing aan de natuur is iets anders dan aanpassing aan systemen die mensen zelf hebben bedacht.
Mijn hypothese is dat die maatschappelijke aanpassing een grote rol heeft gespeeld in het beperken van kostbaar menselijk potentieel.
We hebben een werkelijkheid gebouwd en daarna hebben we onszelf verplicht om daarin te passen. En uiteindelijk noemden we dat normale menselijke ontwikkeling.
Wie niet goed past, krijgt een verklaring. Liefst een diagnose, een begeleidingsplan en een deskundige die je terug in het systeem manoeuvreert.
De schoenendoos is inmiddels een complete bedrijfstak geworden. ;-)
Een klein kijkgaatje in Berlijn
Als kind maakte ik herfstlandschappen in een schoenendoos. Een beetje mos, bladeren, takjes en paddenstoelen — want dat mocht toen nog — en een klein gaatje waardoor ik naar binnen keek. Het was een complete wereld. Eentje die ik zelf had gemaakt en vrijelijk kon veranderen.
Ruim een halve eeuw later bracht ik drie maanden door in Berlijn. Ik bouwde er een onderneming op en observeerde tegelijk de mensen en de samenleving om me heen.
Ik zag mensen die dezelfde straat bewoonden, dezelfde wijk en stad deelden en dezelfde dagelijkse routine hadden. Maar iedereen leek in een eigen werkelijkheid te leven. Ondernemers, ouders, bestuurders, mensen op straat. Ze gaven aan dezelfde omgeving een totaal andere betekenis.
Ik stond er middenin, maar maakte er tegelijk geen deel van uit.
Wat mij vooral bezighield, was niet waarom mensen zo verschillend functioneren. Dat had ik in mijn werk al vaak gezien. Ik vroeg me iets anders af:
Waarom nemen we zo vanzelfsprekend aan dat het landschap waarin we ons bevinden ook de werkelijkheid zelf is?
Als kind wist ik tenminste nog wie de kijkdoos had gemaakt. En ik kon het landschap veranderen wanneer het me niet beviel.
Wat noemen we eigenlijk werkelijkheid?
We ervaren de wereld via onze zintuigen, ons brein, onze herinneringen en onze overtuigingen. Onze waarneming is selectief, we zien niet alles. We interpreteren wat we zien en we geven er betekenis aan vanuit wat we al kennen en geloven.
Twee mensen kunnen dezelfde gebeurtenis meemaken en er vervolgens een compleet andere werkelijkheid aan ontlenen. Dat fenomeen kennen we allemaal. Maar ik vind dat we de gevolgen ervan onvoldoende doordenken.
Als onze ervaren werkelijkheid mede wordt gevormd door hoe we waarnemen en betekenis geven, waarom zouden we dan aannemen dat die ervaring ons het volledige beeld geeft? En waarom zou bewustzijn noodzakelijkerwijs beperkt zijn tot het lichaam waarmee we die werkelijkheid ervaren?
Ik ben door mijn eigen onderzoek en ervaringen tot een andere kijk op ons bestaan gekomen.
Wat als het lichaam niet de oorsprong van bewustzijn is, maar een tijdelijk voertuig waarmee een groter bewustzijn een menselijke ervaring opdoet en waarvan wij een deel uitmaken?
Dan zijn geboorte en dood misschien niet het begin en einde van ons bestaan. Dan zijn ze mogelijk de grenzen van een tijdelijke ervaring. Een tijdelijke, fysieke manifestatie van bewustzijn dat zelf niet noodzakelijk tot dat lichaam beperkt is.
De film The Matrix gebruikte daarvoor een fascinerend beeld: mensen die volledig overtuigd zijn van de werkelijkheid waarin ze leven, terwijl die werkelijkheid heel anders in elkaar zit dan zij denken of kunnen zien.
Voor mij gaat het niet om de letterlijke cocons. Het gaat om de mogelijkheid dat we een werkelijkheid ervaren waarvan we de werkelijke aard niet kennen. En dat we binnen die werkelijkheid een complete beschaving hebben gebouwd om haar te verklaren.
Met een indrukwekkend resultaat.
We weten ontzettend veel over wat er in de kijkdoos gebeurt. Alleen weten we daarmee nog niet wie de doos heeft gemaakt.
Intelligentie als bril, niet als antwoord
En hier komt U(HB) voor mij weer in beeld.
De gangbare kijk op hoogbegaafdheid draait vooral om intelligentie, kenmerken, prestaties en de problemen die ontstaan wanneer iemand anders functioneert dan de meerderheid.
Maar wat als we ook hier de verkeerde vraag stellen? Wat als U(HB) niet primair gaat om het vermogen om beter te functioneren binnen de bestaande werkelijkheid? Wat als het gaat om het vermogen om de beperkingen van die werkelijkheid te herkennen?
Dan verandert de betekenis van intelligentie.
Intelligentie is dan niet alleen het vermogen om problemen op te lossen binnen een gegeven systeem. Het wordt ook het vermogen om te vragen of de uitgangspunten van dat systeem wel kloppen — wat veel (U)HB’ers al doen.
Dat vraagt iets anders dan kennis verzamelen of modellen verder verfijnen. Het vraagt om afstand kunnen nemen van overtuigingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken. Om verschillende perspectieven tegelijk te kunnen overzien. Om verbanden te zien tussen zaken die normaal gesproken apart worden bestudeerd. En vooral: om de eigen waarneming en overtuigingen steeds opnieuw te onderzoeken.
Mijn vermoeden is dat U(HB) juist daar een evolutionaire functie vervult.
Niet omdat iedere U(HB)’er dat vermogen automatisch benut — zeker niet, in ieder geval nog niet. En zeker niet omdat anderen daartoe niet in staat zouden zijn — hoewel ik daar wel sterk aan twijfel. Maar omdat bepaalde oorspronkelijke menselijke vermogens bij U(HB) mogelijk minder sterk zijn afgeremd door maatschappelijke conditionering.
Daarmee krijgt mijn eerdere hypothese een nieuwe betekenis. Het potentieel dat minder verloren is gegaan, zou weleens precies het potentieel kunnen zijn waarmee we de grenzen van onze eigen werkelijkheid leren herkennen.
Wat gebeurt er als de aanpassing stopt?
Dat brengt me bij een andere vraag. Wat gebeurt er wanneer iemand met U(HB) zich niet langer voortdurend hoeft aan te passen aan de maatschappelijke werkelijkheid? Wanneer de noodzaak verdwijnt om het eigen denken, handelen en waarnemen passend te maken binnen bestaande verwachtingen?
Wat ontstaat er dan?
Ik heb daar zelf ruim tien jaar over gedaan. De herkenning van U(HB) speelde dé doorslaggevende rol in een ingrijpende transitie waarin mijn succesvolle carrière en financiële vrijheid geleidelijk tot stilstand kwamen.
Ik heb eerder geschreven over de gevolgen daarvan. Het was bepaald geen aangename ontdekkingstocht.
Daarom zou ik iedereen die hoogbegaafdheid als een geschenk beschouwt, willen uitnodigen om ook naar de verpakking te kijken. Niet om het geschenk te weigeren. Maar om te begrijpen wat er eigenlijk in zit.
Bij mij ontstond uiteindelijk iets wat ik daarvoor onvoldoende kende.
Vrije ruimte.
Niet langer voortdurend proberen te voldoen aan maatschappelijke verwachtingen en die alleen nog toepassen wanneer het zo uitkomt. :-)
En vooral mijn intelligentie niet langer gebruiken om binnen bestaande systemen succesvol te functioneren. Maar de ruimte nemen om de uitgangspunten van die systemen zelf te onderzoeken.
En daarna verder te kijken. Naar bewustzijn. Naar evolutie. Naar de aard van ons bestaan.
Daardoor werd voor mij iets zichtbaar wat ik eerder niet op dezelfde manier had kunnen onderzoeken.
Wat als de evolutionaire functie van U(HB) juist zichtbaar wordt wanneer de maatschappelijke noodzaak tot aanpassing wegvalt?
Dan is het niet onze opdracht om U(HB)’ers beter te leren functioneren binnen bestaande systemen. Dan zouden we moeten onderzoeken wat er mogelijk wordt wanneer zij de ruimte krijgen om hun oorspronkelijke vermogens te benutten.
Dat is een heel ander uitgangspunt. En vermoedelijk ook minder aantrekkelijk voor de bestaande begeleidingsindustrie.
Verschillende werelden, dezelfde vragen
Onze wetenschap kan veel.
We bestuderen het universum, de zon, het aardmagnetisch veld, de atmosfeer, seismische activiteit en elektromagnetische verschijnselen zoals de Schumann-resonantie. We onderzoeken het brein, bewustzijn, intelligentie en gedrag.
En we beschikken over allerlei filosofische en spirituele kaders waarmee mensen betekenis geven aan hun bestaan en hun plaats in het grotere geheel.
Maar veel van die perspectieven worden apart onderzocht. Elk met eigen uitgangspunten, eigen modellen en eigen definities.
Dat is begrijpelijk. Maar daardoor zien we niet alles — en zeker niet de samenhang ertussen.
Neem zonneactiviteit. We kunnen onderzoeken hoe zonnevlammen ontstaan en welke invloed ze hebben op de elektromagnetische omgeving van de aarde. We kunnen variaties in de Schumann-resonantie meten en seismische veranderingen bestuderen.
Maar wat gebeurt er als we deze verschijnselen ook vanuit een andere vraag benaderen?
Niet alleen: hoe verklaren we ze afzonderlijk? Maar ook: welke mogelijke verbanden bestaan er tussen onze planetaire omgeving en de ontwikkeling van menselijk bewustzijn? En welke betekenis zou dat kunnen hebben wanneer we verschillende paradigma’s met elkaar verbinden?
Dat betekent niet dat elk verschijnsel automatisch deel uitmaakt van hetzelfde mechanisme. Het betekent wel dat we de mogelijkheid van een groter verband niet op voorhand hoeven uit te sluiten, alleen omdat onze bestaande modellen er niet naar vragen. Of omdat we dat ongemakkelijk vinden.
Nieuwe kennis ontstaat niet alleen door steeds dieper in één paradigma te graven. Ze ontstaat ook door verbanden te zien tussen paradigma’s die we tot nu toe gescheiden hebben gehouden.
Dat is de richting waarin ik verder wil denken. Niet om bestaande wetenschap terzijde te schuiven. Maar om te onderzoeken welke vragen we nog onvoldoende stellen. En vooral waarom.
Want een model is bedoeld om ons te helpen de werkelijkheid te begrijpen. Niet om te bepalen welke werkelijkheid we mogen onderzoeken.
Twee manieren van bewustzijn
Ik zie in de samenleving een ontwikkeling die ik beschouw als een groeiende splitsing in bewustwording. Niet noodzakelijk twee fysieke werelden, zoals velen denken. Maar wel twee manieren waarop mensen hun bestaan en werkelijkheid begrijpen.
De ene groep blijft de werkelijkheid ervaren vanuit bestaande maatschappelijke kaders. De andere groep onderzoekt steeds fundamenteler of die kaders wel overeenkomen met de aard van ons bestaan.
De eerste benadering richt zich op het verbeteren van de bestaande werkelijkheid. De tweede stelt de werkelijkheid zelf ter discussie.
Ik vermoed dat ook die ontwikkeling een evolutionaire betekenis heeft. Waarom zou zij zich anders ontwikkelen? En ik vraag me af welke functie U(HB) daarin vervult.
We herkennen tegenwoordig meer mensen als hoogbegaafd. Dat hangt deels samen met meer bekendheid, veranderende manieren van herkennen en het internet, dat nieuwe inzichten binnen enkele uren miljoenen mensen kan bereiken.
Maar daarmee is de evolutionaire vraag nog niet beantwoord.
Wat als er tegelijk een ontwikkeling plaatsvindt waarbij steeds meer mensen toegang krijgen tot vermogens die door maatschappelijke conditionering lange tijd minder toegankelijk waren? En wat als U(HB) daarin een herkenbare uitdrukking is van een veel groter proces?
Dan is hoogbegaafdheid geen eindbestemming. Dan is het mogelijk een aanwijzing. Een aanwijzing dat menselijke ontwikkeling niet alleen gaat over meer kennis en vaardigheden. Maar ook over het opnieuw toegankelijk maken van bewustzijn en vermogens die we onderweg hebben beperkt.
De werkelijkheid als script
Er is nog een gedachte die me bijzonder fascineert.
Als onze ervaren werkelijkheid mede wordt gevormd door overtuigingen, verwachtingen en interpretaties, dan kunnen veranderingen daarin ook onze ervaring van de werkelijkheid veranderen.
We zijn gewend de werkelijkheid te zien als iets waarbinnen we moeten leren functioneren. Maar wat als we haar ook kunnen zien als een script dat we voortdurend mede schrijven?
Dan wordt de vraag niet alleen hoe we beter omgaan met de omstandigheden waarin we leven. Dan wordt ook de vraag welke omstandigheden we blijven creëren doordat we vasthouden aan overtuigingen die we nooit fundamenteel hebben onderzocht.
Dat is geen uitnodiging om te geloven dat we elke materiële gebeurtenis naar believen kunnen veranderen. Het is een uitnodiging om te onderzoeken hoeveel van onze ervaren beperkingen voortkomen uit de werkelijkheid zelf. En hoeveel uit de manier waarop we haar hebben leren begrijpen.
Misschien is dat wel een van de belangrijkste vragen die U(HB) ons kan helpen onderzoeken.
Niet hoe we ons beter aanpassen aan het bestaande script. Maar of we ons ervan bewust kunnen worden dat we er zelf voortdurend aan meeschrijven.
En nu?
Mijn onderzoek naar U(HB) begon met het herkennen en begrijpen van mijn eigen functioneren. Het bracht me daarna bij de vraag waarom de mens bepaalde vermogens ontwikkelt en andere mogelijk verliest.
En inmiddels houdt me een nog fundamentalere vraag bezig:
Welke evolutionaire functie heeft het vermogen om de werkelijkheid waarin we leven zelf ter discussie te stellen?
Dat is voor mij de verbinding tussen U(HB), bewustzijn en evolutie.
Ik ben ervan overtuigd geraakt dat onze maatschappelijke constructies een veel grotere invloed hebben op menselijk potentieel dan we doorgaans onderkennen. En ik vermoed dat U(HB) ons kan helpen begrijpen wat er mogelijk wordt wanneer we ons van die beperkingen bewust worden.
Daarbij wil ik verschillende paradigma’s met elkaar blijven verbinden. Niet om een nieuwe alles verklarende theorie te presenteren. Maar om stap voor stap te onderzoeken welke inzichten ontstaan wanneer we vragen durven stellen die binnen afzonderlijke modellen nauwelijks aan bod komen.
Dat vraagt om onafhankelijk denken. Om nieuwsgierigheid. En om de bereidheid om onze eigen overtuigingen steeds opnieuw te onderzoeken.
Ook de mijne.
Want wie denkt buiten de kijkdoos te staan, kan natuurlijk gewoon in een grotere kijkdoos zitten. Dat risico lijkt me aanzienlijk. Zeker bij iemand die zichzelf inmiddels behoorlijk goed denkt te begrijpen. ;-)
Misschien is de werkelijke evolutionaire betekenis van U(HB) dan ook niet dat sommige mensen méér kunnen dan anderen. Maar dat zij ons kunnen helpen herinneren dat de mogelijkheden van de mens niet noodzakelijk worden begrensd door de werkelijkheid die hij zelf heeft geconstrueerd.
En misschien begint de volgende fase van menselijke ontwikkeling niet met nóg meer aanpassing. Maar met het besef dat we ons al veel te lang hebben aangepast aan onze eigen constructies.
De menselijke soort blijft me fascineren.
We hebben een werkelijkheid gebouwd. Complete systemen ontwikkeld om daarin te functioneren. En vervolgens deskundigen opgeleid om mensen te helpen die er niet goed in passen.
En wanneer iemand vraagt of we misschien de verkeerde werkelijkheid proberen te begrijpen, krijgt hij doorgaans het advies om zich wat beter aan te passen.
Je zou er bijna een herfstlandschap van maken. 😂




Kijken vanuit vogelvlucht om de situatie proberen te begrijpen. Daarnaast is het inderdaad raadzaam om de regels(alles wat zgn. vast staat) los te laten zoals een jong kind dat nog kan voor het in het systeem wordt getraind. En het wordt helaas steeds jonger.
Dit kijken is niet alleen met je ogen, maar ook voelen, ruiken en vooral niet denken.
Je moet het als volwassene wel bewust doen want ons menselijke brein maakt er snel iets van, terwijl het rustig z'n gangetje moet kunnen gaan. Geen oordeel, geen conclusie en dan kun je het plots zien.
In het trieste van ons bestaan, valt ook nog wel wat te lachen dan....