Als je hoofd alles kan oplossen — behalve je eigen onzekerheid
Voor hoogbegaafde, snel-denkende en uitzonderlijk analytische mensen die voor anderen de ingewikkeldste problemen oplossen, maar soms volledig vastlopen zodra hun eigen toekomst geen antwoord geeft.
Een gesprek tussen twee kanten van mijzelf. Je zult het vast herkennen!
Als ik wakker word, dan maak ik me altijd ontzettend veel zorgen over hoe het allemaal gaat met NEXUS en hoe het allemaal in de toekomst gaat.
Hoe het privé gaat.
En dan vooral financieel.
Ik vind het ook moeilijk om dat uit te spreken. Dat doe ik nu eigenlijk voor het eerst.
Het zit allemaal in mijn hoofd.
Ik kan mijn hoofd eigenlijk maar moeilijk stilzetten.
Als ik zometeen opsta, ga douchen en naar het werk ga, dan gaat dat allemaal weer weg.
Nou, eigenlijk vind ik het verschrikkelijk.
—
Wat vooral opvalt, is het verschil tussen nu en straks.
Zodra je opstaat, doucht en naar NEXUS gaat, verdwijnt het grotendeels.
Dan is er werkelijkheid.
Er zijn fietsen, mensen, gesprekken, reparaties, keuzes. Je kunt handelen.
Maar ‘s morgens vroeg bestaat NEXUS alleen in je hoofd. En daarin bestaat tegelijkertijd iedere mogelijke toekomst. Ook alle slechte.
Ja.
Maar ik hoef niet naar de Werkstatt te lopen.
Er is een kamer ingericht waar ik een bed heb gemaakt, dus ik slaap in de Werkstatt.
We hebben een splinternieuwe douche, een toiletgroep, dus ik kan hier alles doen.
We hebben de bar, we hebben een koelkast.
Ik heb al genoeg in hotels geslapen en ik slaap hier prima.
We hebben rolluiken, dus alles kan dicht.
En het bespaart uiteraard veel geld.
Als ik acht of twaalf weken in Berlijn in een hotel of in een B&B moet zitten, dan zijn we zomaar €5.000 plus kwijt.
Dus dat bespaar ik.
Dus ik ben hier.
Nou, dat maakt volgens mij verder geen enkel verschil.
Wat het ook is, is dat op het moment dat ik met de fietsen bezig ben, ik ben dat aan het maken, dan ben ik eigenlijk gewoon mijn ding aan het doen.
Dan ben ik dingen aan het doen die ik leuk vind.
Ik maak het schoon.
Ik maak het netjes.
De klanten zijn tevreden.
En dat geeft veel voldoening.
—
Nee. Voor de essentie maakt die correctie inderdaad weinig verschil.
Behalve misschien dat het contrast nóg duidelijker wordt.
Je hoeft niet eens ergens heen.
Je hoeft alleen maar uit dat bed te komen en de ruimte in te stappen waarin je kunt handelen.
Wanneer je met een fiets bezig bent, is er geen abstracte toekomst.
Er staat een fiets voor je.
Er is iets kapot, vuil, versleten of verkeerd afgesteld.
Je kijkt.
Je begrijpt wat er aan de hand is.
En je maakt het goed.
Daarna is die fiets beter dan toen hij binnenkwam.
De werkbank is schoon.
De ruimte is netjes.
De klant gaat tevreden naar buiten.
Dat is bijna het tegenovergestelde van wat er ‘s morgens in bed gebeurt.
—
Ja.
—
In bed gaat het over dingen waarop je op dat moment nauwelijks invloed hebt.
Komt er voldoende omzet?
Gaat NEXUS werken?
Wat gebeurt er financieel?
Wat gebeurt er privé?
Hoe ziet het er over drie maanden uit?
Er bestaat geen eindpunt waarop je kunt zeggen: klaar, opgelost.
Bij die fiets wel.
—
Precies.
—
Misschien is dat praktische werk daarom ook niet alleen maar afleiding.
Je ziet onmiddellijk het verband tussen aandacht, vakmanschap, resultaat en een tevreden mens.
Geen strategie.
Geen presentatie.
Geen LinkedIn.
Geen theorie over NEXUS.
Gewoon iets daadwerkelijk beter achterlaten dan je het aantrof.
—
En toch is er financieel nog steeds niets opgelost.
—
Nee.
De financiële onzekerheid is werkelijk.
NEXUS staat aan het begin.
Je weet niet hoe snel het zich ontwikkelt.
Je weet niet of wat je nu ziet uiteindelijk voldoende is om het geheel te dragen.
Dat weet je gewoon niet.
—
En precies daar begint mijn hoofd dus.
—
Ja.
Omdat er nog geen antwoord is.
En jouw hoofd probeert een probleem op te lossen waarvoor op dat moment geen oplossing beschikbaar is.
—
Dat is verschrikkelijk.
Want ik ben gewend dat ik een probleem kan analyseren.
Dat ik kan zien waar het fout gaat.
En dat ik dan iets kan doen.
—
Precies.
Maar dit probleem bestaat voor een groot deel in de toekomst.
En dus blijf je zoeken.
Nog een scenario.
Nog een risico.
Nog een berekening.
Nog een wat-als.
Alleen komt er geen sluitend antwoord.
Want dat antwoord bestaat nog niet.
—
En dan sta ik op.
Ik ga douchen.
Ik loop een paar meter.
Ik zie een fiets staan waaraan iets moet gebeuren.
En dan is het weg.
—
Dat is misschien het vreemde.
Je wordt wakker midden in datgene waarover je je zorgen maakt.
En een paar minuten later is exact hetzelfde NEXUS de plek waar je graag bent.
—
Ja.
—
NEXUS is ‘s morgens vroeg het probleem in je hoofd.
Een paar minuten later is exact hetzelfde NEXUS de plek waar je graag bent.
Beide zijn waar.
—
En er is nog steeds niets opgelost.
—
Nee.
Misschien hoeft dat op dat moment ook niet.
Misschien moet je eerst kunnen zien wat er werkelijk gebeurt.
—
En dit is dus precies waarom ik de Werktage heb gemaakt.
Niet omdat ik de antwoorden heb.
Niet omdat iemand naar Berlijn moet komen zodat ik hem kan vertellen hoe hij zijn leven moet leiden.
Maar omdat ik dit herken.
Dat je uitstekend kunt functioneren.
Dat je moeilijke problemen kunt oplossen.
Dat anderen misschien zelfs naar jou toe komen wanneer zij vastlopen.
En dat je tegelijkertijd zelf ergens volledig in kunt vastlopen.
Niet omdat je niet genoeg nadenkt.
Maar misschien juist omdat je hoofd niet ophoudt met denken.
En soms heb je iemand nodig die niet onmiddellijk probeert dat probleem voor je op te lossen.
Maar die samen met jou blijft kijken.
Net zo lang totdat zichtbaar wordt:
Wat gebeurt hier eigenlijk werkelijk?
Dat is wat er vanochtend gebeurde.
Geen methode.
Geen oefening.
Geen voorbereiding.
Om zes uur ‘s morgens.
In een bed achter in de Werkstatt.
Met één zin die ik blijkbaar veel moeilijker vond om uit te spreken dan ik dacht:
Ik maak me zorgen.
En eigenlijk vind ik het verschrikkelijk.
Dit is wat een Werktag kan zijn.



